Omschrijving onderdeel 1:

HOOFDGEBOUW (Twickel). Een geheel omgracht hoofdgebouw in vier verschillende bouwfasen tot stand gekomen, dat aan drie zijden rondom een binnenplaats is gebouwd. Het voorste deel van het huis dateert uit het midden van de 16de eeuw, het achterste deel uit 1692 met aan de achterzijde een uitspringende 17de-eeuwse lange zijvleugel (zuidwest) en een 19de-eeuwse korte zijvleugel met torentje (noordwest). Het geheel staat op een hoog zandstenen basement (souterrain). De in renaissance-stijl opgetrokken voorgevel en vierkante oosttoren behoren tot de eerste bouwfase vanaf 1551, zoals de inscriptie op de gevelsteen aangeeft. Het gedeelte links van de poort werd in het volgende jaar gebouwd. De hoektoren zal ongeveer tegelijkertijd opgetrokken zijn. Het rechter gedeelte van de voorgevel moet jonger zijn, getuige een bouwnaad en de toepassing van een ander baksteenformaat. Gezien de scheve plaatsing van de topgevel en de onregelmatige indeling van de ingangspartij is het niet waarschijnlijk dat het front in zijn oorspronkelijke gedaante bewaard is gebleven (Ter Kuile). Het baksteenmuurwerk van de gevel wordt onderbroken door zandstenen speklagen en gedecoreerd met eveneens zandstenen sierstukken. Het dak, een met leien gedekt schilddak, bevat vier regelmatig geplaatste dakkapellen bekroond met een driehoekig fronton en twee vierkante schoorstenen van baksteen met natuurstenen hoekblokken. Centraal in de symmetrisch ingerichte frontgevel bevindt zich een topgevel met waterlijsten en voluutvormige schouderstukken (kraagstenen) van natuursteen. De top eindigt in een gemetselde schoorsteen van latere datum. De ingangspartij bestaat uit een dubbele glazen deur onder een korfboog met een rechthoekige omlijsting. Daarboven is de gedenksteen met de wapenschilden Van Raesfelt en Van Twickelo aangebracht, bekroond met een driehoekig fronton dat versierd is met een leeuwekop. Op het fronton verheft zich een natuurstenen beeldhouwwerk van de slang in de Boom der Kennis, gevolgd door een reliëf van de Aanbidding van de drie koningen. Tenslotte in de topgevel de Ster van Bethlehem. De iconografie van deze christelijke symbolen is typisch voor de Renaissance. De ingangsdeur wordt geflankeerd door twee halve zuilen met Corinthische kapitelen, waarop de beelden van Adam en Eva staan. De in 1848 geplaatste kopieën van de oorspronkelijke beelden, gemaakt door de Duitse beeldhouwer Ney, zijn in 1993 vervangen door nieuwe zandstenen exemplaren. Tussen de wapensteen en de beelden bevinden zich twee smalle schuifvensters gevat in een zandstenen omlijsting bekroond door een driehoekig fronton met een man- en vrouwenhoofd Direct boven deze in de topgevel zijn twee identieke vensters geplaatst. Aan weerszijden van de ingangspartij bevinden zich twee gelijkvormige vensterassen, waarvan de eerste wordt gevormd door een zandstenen arkel die zich over twee bouwlagen uitstrekt. De arkels worden gedragen door vijf laatgotisch geprofileerde consoles. In de zijkanten en voorzijde van de arkels zijn boven elkaar twee schuifvensters met roedenverdeling aangebracht, waartussen rechthoekige vakken met in totaal 24 adellijke wapens, de kwartieren (vernieuwd in 1881). In de dakgevel boven de arkels bevinden zich twee meerruits schuifvensters binnen een zandstenen omlijsting bekroond met voluten en een driehoekig fronton. De tweede vensteras bevat drie boven elkaar geplaatste schuifvensters in een eenvoudige achttiende-eeuwse omlijsting. De vensters op de verdieping worden door een fronton met respectievelijk een man- en vrouwenhoofd bekroond. De westgevel heeft een onregelmatige indeling met meerruits schuifvensters gevat in een eenvoudige natuurstenen omlijsting. Een bouwnaad duidt op de bouwfase uit 1692 waarvoor ten behoeve van het trappenhuis een groot rondboogvenster met roedenverdeling en een rozetvenster geplaatst werden. Aansluitend op de frontgevel staat de zuidtoren, waarvan een gedeelte van de noordgevel nog het oorspronkelijke muurwerk met de speklagen heeft bewaard, maar de overige gevels in de 19de eeuw voorzien zijn van een mantel van rode baksteen. Boven de brede geprofileerde gootlijst met kraagstenen verheft zich een met leien gedekte spits die er in 1847 op is geplaatst. De indeling van de voorgevel van de toren is na 1786 ontstaan, want een tekening van Tavernier van dat jaar geeft nog de oude indeling weer (op deze tekening is ook nog het belvedère aangegeven). De oostgevel van de toren bevat twee vensterassen met een zelfde opbouw: op de bel etage balkondeuren met roedenverdeling en een gesmede balustrade om het balkon dat steunt op vier consoles, vervolgens twee boven elkaar geplaatste meerruits schuifvensters met luiken en bekroond door een driehoekig fronton. Midden in de dakgevel een dakkapel in natuurstenen omlijsting en een fronton met aan weerszijden twee natuurstenen dennenappels. De noordgevel van de toren bestaat uit drie boven elkaar geplaatste schuifvensters met roeden en bekroond door een fronton. Een zelfde indeling heeft de zuidgevel, alleen bestaat de as uit twee dubbele balkondeuren met een natuurstenen balustrade en daarboven een kruisvenster met luiken en een fronton. Tegen de westkant van de vierkante toren is in de eerste helft van de 17de eeuw een langgerekte zuidgevel van baksteen met speklagen onder een met leien gedekt schilddak aangebouwd met in de hoek (toren/zuidgevel) een omgang daterend van 1896. De acht traveeën van de zuidgevel (oorspronkelijk wellicht tien, zie tekening Tavernier) en de twee traveeën van de kopse gevel hebben dezelfde opbouw. Allereerst in het zandstenen basement een getralied keldervenster onder halfronde ontlastingsbogen, vervolgens twee boven elkaar geplaatste meerruits schuifvensters met luiken en in de dakgevel afwisselend een natuurstenen dakkapel bestaande uit een half kruisvenster met luiken onder een fronton en een dakraam. De vijfde en zesde as hebben op de bel-etage twee balkondeuren met elkaar verbonden door een doorlopend balkon met ijzeren balustrade gedragen door vier consoles. In het basement middenonder het balkon is een poortje dat alleen bereikbaar is via de gracht. Deze toegang werd gebruikt om vee naar het onderhuis te brengen waar het werd geslacht. In de hoekomgang zijn vensters met roedenverdeling en segmentvormige bovenlichten en daarboven een terrasbalkon met zandstenen balustrade en een tweede aanbouw. De gevel aan de binnenplaats heeft op de begane grond dicht gemetselde vensters met korfbogen en op de verdieping, die rond ca. 1700 is beklampt, is in het midden een dichtgemetseld medaillon venster met aan weerszijden twee schuifvensters met roedenverdeling waarvan de meest rechtse is dichtgemetseld. In de dakgevel twee symmetrisch geplaatste dakkapellen gelijk aan de voorgenoemde. De frontgevel is in 1692 naar ontwerp van Jacob Roman aan de achterzijde met een boven- en benedengalerij en twee uitspringende vierkante hoekpaviljoens uitgebreid. Een gedenksteen met het wapen van Van Wassenaer en het jaartal in deze met vlakke pilasters gelede achtergevel herinnert aan de uitbreiding. Het oorspronkelijke frontgebouw was aan de zijde van de binnenplaats voorzien van open zuilarcaden. Gelijkvloers vijf rondboogvensters met roedenverdeling en luiken, daarboven rechthoekige schuifvensters met roedenverdeling en dakkapellen, gelijk aan die van de zuidgevel. Voor de glazen ingangsdeur, gelegen in de as van het huis (asymmetrisch in de achtergevel) een klassieke portico uit 1851, bestaande uit twee zuilen met Ionische kapitelen die een balkon dragen voorzien van een gesmede balustrade. De hoekpaviljoens onder een met leien gedekt tentdak met bakstenen schoorsteen. In 1847 is de noordgevel met toren tot stand gekomen naar ontwerp van de architect R. Hesketh. Een rechthoekige woontoren op zandstenen basement, waarin getraliede vensters. Daarboven een mezzanino en een bel-etage. Alle vier de gevels hebben dezelfde indeling: de tussenverdieping bevat een zesruits venster met blokwerk en de bel-etage heeft grote twaalfruits vensters met metalen roedenverdeling en geprofileerde natuurstenen omlijstingen bekroonde met een fronton. Aan de zuidzijde een frontonbekroning. Het traptorentje onder spits met leien gedekt tentdak.

INWENDIG: vanaf 1896 tot 1922 is de aankleding van het interieur bijna volledig door S.W. Weatherley en M.J. Teunissen in historiserende Engelse en Franse neostijlen veranderd. De 17de-eeuwse indeling van de ruimte in appartementen is echter grotendeels ongeschonden gebleven. In de hoofdgevel aan de achterzijde ligt over de lengte van het huis de beneden- en bovengalerij. Het stucplafond van de benedengalerij is uitgevoerd met de wapens van Van Raesfelt/ Van Wasssenaer Obdam en het trappenhuis heeft een koepelvormig stucplafond, beide naar ontwerp van Jacob Roman uit 1692. Uit deze tijd dateert ook de gaaf bewaard gebleven houten wenteltrap in het hoekpaviljoen (noordwest). In de benedengalerij (grote zaal) is een marmeren schoorsteenpartij met het wapen van baron Van Heeckeren van Wasssenaer. De decoratie is naar ontwerp van R. Otto uit Berlijn en is uitgevoerd door Farmer en Brindley in opdracht van Weatherly (rond 1900). De bovengalerij is naar ontwerp van Hesketh in neostijl uitgevoerd. In de zgn. 'Wassenaerskamers' zijn de betimmeringen en de witmarmeren schoorsteenpartij naar ontwerp van Teunissen in Hollandse régence-stijl uitgevoerd (1901), het stucwerk en de buffetnis echter zijn laat 18de-eeuws. De schoorsteen heeft een schildering van een 'grauwtje' van J. de Wit. In de Drostenkamer, ook Witte Zaal genoemd, is in 1899 een rijk bewerkte marmeren schoorsteen, afkomstig van het Huis Portugal te Delft, geplaatst. Op de boezem een tafereel van Minerva op haar troon vervaardigd door J.P. van Bauerscheit de Jonge in 1737. Alle sanitaire voorzieningen bezitten de originele inrichting en betegeling zoals aangebracht na de installering van stromend water in 1894. In het onderhuis bevinden zich de dienstvertrekken en keuken met een rond 1900 aangebracht fornuis. De kelder heeft vlakke kruisgewelven op gemetselde middenpijlers, waarschijnlijk laat 17de-eeuws.

Waardering

HOOFDGEBOUW (Twickel) van algemeen belang

- vanwege de ouderdom;

- vanwege de architectonische vormgeving met renaissance voorgevel;

- vanwege de vrij gaaf bewaard gebleven 17de-eeuwse ruimte-indeling van het kasteel en de naar ontwerp van Roman uitgevoerde 17de-eeuwse stucplafonds van de benedengalerij en koepel;

- vanwege het voornamelijk 19de-eeuwse op Engeland geïnspireerde interieur;

- vanwege de kenmerkende ligging binnen de parkaanleg in landschapsstijl;

- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.

Monumenten.nl maakt u wegwijs in monumentenland

Alles over monumenten onder één dak.
Een monument kopen, onderhouden of verduurzamen? Hier vindt u alle informatie, inspiratie en praktische tips.

Locatie

Monumentnummer
507544
Complexnaam
Twickel
Provincie
Gemeente
Plaats
Complexomschrijving

HISTORISCHE BUITENPLAATS TWICKEL

Omschrijving complex historische buitenplaats Twickel Het landgoed Twickel beslaat een gebied van ca.4000 hectare; de kern van het landgoed ligt bij Delden en wordt gevormd door het kasteel Twickel met bijgebouwen en de tuin en parkaanleg bij het kasteel en aan de oostzijde van de Twickelerlaan, het bos en de landschappelijke aanleg. Op 21 mei 1347 kocht Herman van Twickelo het huis Eysinc van Berend van Hulscher. Volgens overlevering liet hij naast deze boerderij een huis bouwen, dat in een akte uit het jaar 1389 voor het eerst met het huis 'te Twicloe' werd aangeduid. Beide genoemde gebouwen zijn niet meer aanwezig. Bij archeologisch onderzoek in 1978 werden op de binnenplaats van het huidige huis bouwresten aangetroffen van een laat-middeleeuws edelmanhuis. In het midden van de zestiende eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van het huidige huis Twickel. De havezate bleef tot het midden van de twintigste eeuw in familiebezit van vier opeenvolgende adellijke geslachten Van Twickelo, Van Raesfelt, Van Wassenaer Obdam en Van Heeckeren van Wassenaer. Nadat het goed door huwelijk van Agnes van Twickelo met Gosen van Raesfelt in het bezit van dit geslacht kwam, vond er een 'erbauwing des Hauses Twickel' plaats, waarvoor in 1551 de eerste steen van de front vleugel werd gelegd. Tussen 1551 en 1572 werd het huidige kasteelfront met de linker hoektoren in Renaissancestijl gerealiseerd. Het was waarschijnlijk de bedoeling dat het kasteel een vierkant grondplan zou krijgen naar voorbeeld van het ouderlijk slot van Van Raesfelt; een Westfaalse waterburcht bestaande uit een vierkant omgracht gebouw met torens op de hoeken rondom een binnenplaats. Dit plan is echter nooit gerealiseerd. De kaart van Jacob van Deventer uit ca. 1560 laat een onregelmatig gebouwd complex zien rondom een binnenplein, dat is omringd door een dubbele omgrachting. Op deze kaart is geen tuinaanleg getekend, maar wel is de Twickelerlaan, het gedeelte tussen het huis en het kruispunt met de weg Delden - Borne, in structuur al aanwezig. In de eerste helft van de zeventiende eeuw werd het huis door Johan van Raesfelt de Jonge met een zuidelijke woonvleugel uitgebreid (1643). Deze liet tevens in 1647 een nieuw grachtenstelsel aanleggen. Een pentekening van Abraham de Haen (1727) toont de nieuwe zijvleugel en de zuidtoren bekroond met een torenspits, die echter in 1728 vervangen is voor een dakterras met stenen balustrade. Deze belvédère bood een mooi uitzicht over de nieuw aangelegde siertuinen in formele stijl. In 1847 werd de zuidtoren weer in oude staat terug gebracht. De tekening laat ook zien dat alle kruiskozijnen door schuifvensters zijn vervangen. De uitbreiding van de havezate met een poortgebouw kwam tot stand rond 1662 onder het beheer van Adolf Hendrik van Raesfelt; dit gebouw, bestaande uit een dubbele zandstenen toegangspoort en staande op het tweede eiland, gelegen in de binnenste gracht, werd in de achttiende eeuw vervangen. Een kaart uit deze tijd (1665/92) laat een besloten aanleg zien met voornamelijk moestuinen en boomgaarden, gesitueerd binnen de buitenste gracht en een lanenstelsel. Deze laatste twee elementen zijn nu nog goed herkenbaar. Evenals de op de kaart getekende, thans aanwezige, drie omgrachte onderdelen gevormd door de voorplaats, het voorplein en het huis. De siertuinen werden in een legger van Van Raesfelt (1681) aangeduid met 'parterhoff'. Tot het begin van de 18e eeuw zal de buitenplaats deze eenvoudige aanleg behouden. In het laatste decennium van de zeventiende-eeuw werd het kasteel aanzienlijk verfraaid en uitgebreid onder de leiding van Jacob van Wassenaer Obdam. Deze was sinds 1676 getrouwd met Adriana van Raesfelt. Hoewel zij vanwege verplichtingen in Den Haag woonden en Twickel als buitenverblijf gebruikten, besteedden zij veel aandacht aan huis en tuin. Hun testament van 1692 spreekt over 'huys of te slot Twickelo met de bogaerden, thuynen ende plantagien'. Stadhouderlijke architect Jacob Roman maakte het ontwerp van een uitbouw aan de achterzijde van de hoofdgevel, bestaande uit een galerij en twee hoekpaviljoens met inwendig een groot overkoepeld trappenhuis; daarnaast zijn ook verschillende interieurontwerpen voor betimmeringen, schoorstenen en plafonds van zijn hand. Het stucwerk werd door Johannes Sima en Jacob Husly uitgevoerd. Door verbouwingen in de periode 1896-1922 is veel van de zeventiende-eeuwse aankleding verdwenen. Naast deze bouwactiviteiten nam de belangstelling voor tuinaanleg steeds meer toe. Aan Daniël Marot werd de opdracht gegeven de tuinen te verfraaien. Van zijn hand is één tekening van de in totaal acht ontwerpen van parterres overgebleven. Op het bewaard gebleven ontwerp komt een spiegelboogvormige uitstulping in de buitengracht achter het huis voor die terug te vinden is op twee latere achttiende-eeuwse kaarten. Dit gegeven maakt het waarschijnlijk dat de ontwerpen, of een deel daarvan inderdaad zijn uitgevoerd. In ieder geval kwam voor het jaar 1715 een nieuwe tuin tot stand toen de 'gragten om den nieuwen hof' werden gegraven en de rekeningen spraken over de bouw van 'twee cascades, een fontein en lusthuizen in den hof'. Op de zgn. 'Grauwe kaart' uit het midden van de achttiende eeuw is de aanleg gerealiseerd. Deze geometrische aanleg werd bepaald door het formele, op de as van het huis gerichte, lanenstelsel (Twickelerlaan en de Kooidijk, het huidige Bornsevoetpad), het sterrenbos en de geometrische indeling van de tuinen rondom het huis. De tuinen werden door Abraham de Haen 'deftige plantagsien' genoemd (1730). In deze tijd verhuisde de moestuin naar de overzijde van de Twickelerlaan. Door Petzold werd de moestuin aan het eind van de negentiende eeuw nogmaals verplaatst naar een terrein ten noorden van de weg Delden-Borne. Een onderdeel van de formele aanleg was de oranjerie waarvan een instructieboek van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam voor de rentmeester uit 1760 voor het eerst melding maakte. Op de Hottingerkaart uit ca. 1783 werd de segmentvormige oranjerie ten noorden van het huis voor het eerst aangegeven; thans staat de oranjerie, na enkele uitbreidingen, nog op dezelfde plaats. Het voorplein werd ingericht naar het classicistische concept: door de nieuwe symmetrisch geplaatste bouwhuizen aan weerszijden van het plein voor het huis, nu nog zo aanwezig, kreeg het een open karakter. In de rentmeestersrekeningen van 1736 werd van de bouw van de bouwhuizen al melding van gemaakt, maar deze werd pas in 1761 afgerond. In 1771 laat de nieuwe eigenaar graaf Carel George van Wassenaer Obdam de 11 kilometer lange Twickelervaart tussen Delden en de Regge graven om het vervoer van producten van de opkomende Twentse textiel te bevorderen. Aan het eind van de achttiende eeuw deed onder zijn beheer de landschapsstijl haar intrede (Hottingerkaart 1783). Het park aan de zuidzijde van het huis kreeg een aanleg met slingerpaden en ten noorden van het huis werd een hertenweide, de zgn. wildbaan, aangelegd (1769). De eendenkooi gelegen aan de Kooidijk werd vergraven tot een waterpartij met een eilandje in het midden. Eveneens werd de Twickelerlaan met eiken en dennen opnieuw beplant. Aan het eind van de achttiende eeuw was de landschapsstijl volledig doorgevoerd zoals weergegeven staat op het 'Plan van de situatie des huyses Twickel met de geheele Wildbaan d'Orangerie, Engelsch Bosch en een gedeelte der hoven daarin begreepen' van Hartmeijer (1794). De bassins achter het huis werden vergraven tot een grote grillig gevormde waterpartij en een romantische wandeling leidde langs verspreid in het park liggende pittoreske tuinpriëlen en paviljoens. Op de kaart wordt een 'onderaardsche gang na de ijskelder' aangegeven. Deze aanleg in vroege landschapsstijl met bijbehorende onderdelen is nog terug te vinden: in de noordwest hoek van het park het Bergje en nabijgelegen vijver, 'het Fonteingat'; in minder grillige vorm de grote vijverpartij met eilandje; de wildbaan, hoewel iets verplaatst nog steeds aanwezig; het Engelse bos met beuken (ca.200 jaar) en de huidige parkhut die een verbouwing is van het 'huisje aan de Maas'. In het midden van de negentiende eeuw vond er een flinke uitbreiding van het grondbezit van Twickel plaats door de verdeling van marken. Er werden veel nieuwe boerderijen op het landgoed gebouwd en bestaande boerderijen verbouwd. De landgoedeigenaar J.D.C. van Heeckeren van Wassenaer volgde hierbij de in de rentmeestersinstructie van de in 1760 vastgelegde bouwverordening, die voorschreef dat de boerderijen en schuren gebouwd moesten worden met daken met wolfseinden en met zandstenen plinten in de buitengevels. De genoemde elementen bepalen nog steeds het karakteristieke uiterlijk van de Twickeler boerderijen. In deze periode waren er verschillende bouwactiviteiten; de bepleistering van het front van het kasteel in 1830 (1894 weer ontpleisterd), de verbouwing van de oranjerie door J.D. Zocher jr. in 1830 (deze maakte ook ontwerpen voor een tempel, ananaskas, ijskelder en menagerie) en in 1847 de bouw van de Noordtoren naar het ontwerp van de Engelse architect Robert Hesketh. De grillige lijnen van de vroeg-landschappelijke aanleg werden onder leiding van Zocher rond 1830 gemoderniseerd door de vergroting van de vijverpartij met gebogen vormen, het tot ruimere curven verlopen van de wandelpaden en de afwisseling van open weiden en solitairen, zoals thans nog grotendeels aanwezig is (zgn. 'percelenkaart' uit 1874). Zijn zoon L.P. Zocher, gaf in 1871 een gebied in het overpark, De Breeriet, opnieuw vorm. Deze parkaanleg is onlangs hersteld. Van 1841 tot 1850 waren de tuinarchitecten H. van Lunteren & Zoon regelmatig op Twickel werkzaam. Zij maakten enkele ontwerpen voor de oranjerietuin, waarvan waarschijnlijk één is uitgevoerd. In 1886 wordt een begin gemaakt met de aanleg van een geometrisch ingerichte oranjerietuin waartoe de Franse tuinarchitect Edouard André enkele ontwerpen leverde, die enkele jaren later door Hugo Poortman weer werden aangepast. De formele tuin is wat vereenvoudigd, doch de eenheid van aanleg, snoeivormbomen en de bijzondere collectie kuipplanten is thans nog aanwezig. Belangrijke moderniseringen van de buitenplaats vonden plaats onder het beheer Rodolphe Frédéric van Heeckeren van Wassenaer. Door hem werd de landschapsarchitect E. Petzold aangetrokken, die de parkaanleg van Zocher met meer bijzondere boomsoorten verrijkte, een grote variëteit aan doorzichten schiep en plannen maakte voor een Umfahrungsweg rondom het landgoed. Het interieur werd ingrijpend in neostijl door W.S. Weatherley en M.J. Theunissen gewijzigd. In 1894 werd een waterleiding aangelegd en in 1912 een elektrisch net. Barones van Heeckeren van Wassenaer, de laatste vrouwe van Twickel, bracht in 1953 de bezittingen onder in een stichting om het landgoed in stand te houden en te beheren. Het huis wordt nu nog deels bewoond.

Op de bij de omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de onderdelen aangegeven. De omgrenzing omvat het kasteel met bijbehorende park, de lanenstructuur (Twickelerlaan) en de deels aangelegde Umfahrungsweg van tuinarchitect Petzold; de rondweg om Delden vormt een harde grens aan de zuidzijde, een klein deel aan de overzijde van deze weg is om cultuurhistorische redenen bij de omgrenzing getrokken alhoewel de eenheid door deze rondweg is verstoord; het betreft de door Petzold ontworpen wandeling tussen het station en het park.

De historische buitenplaats Twickel is uit de volgende onderdelen opgebouwd: 1. hoofdgebouw (Twickel), zie voor omschrijving hierna; 2. historische tuin- en parkaanleg, zie idem; 3. noordelijk bouwhuis, zie idem; 4. zuidelijk bouwhuis, zie idem; 5. toegangsbrug over binnengracht, zie idem; 6. ophaalbrug met hek over buitengracht, zie idem; 7. keermuur voorplein, zie idem; 8. brug over gracht achterzijde, zie idem; 9. kademuur buitengracht aan parkzijde, zie idem; 10. keermuur en balustrade met tuinvazen achterplaats, zie idem; 11. buste achterplaats, zie idem; 12. zonnewijzer achterplaats, zie idem; 13. tuinvazen achterplaats, zie idem; 14. leeuwen voorplein, zie idem; 15. zolenschrapers voorplein, zie idem; 16. balustrade met tuinvazen en fonteinbak voorplein, zie idem; 17. tuinvazen voor ingangspartij bouwhuizen, zie idem; 18. tuinvazen voor hoek bouwhuizen, zie idem; 19. kanonnen voorplein, zie idem; 20. brug met tuinvazen, toegangshek en keermuren naar park, zie idem; 21. tuinvazen op sokkel voorplaats, zie idem; 22. hekwerk voorplaats, zie idem; 23. hekwerk rondom parkaanleg, zie idem; 24. parkhut, zie idem; 25. prieel met botenhuisje, zie idem; 26. tuinvazen achterzijde, zie idem; 27. houten brug over grote vijver, zie idem; 28. toegangshek oranjerie, zie idem; 29. oranjerie, zie idem; 30. tuinbanken oranjerietuin, zie idem; 31. sokkel oranjerietuin, zie idem; 32. tuinbeelden oranjerietuin, zie idem; 33. tuinvazen oranjerietuin, zie idem; 34. hek tussen oranjerie- en rotstuin, zie idem; 35. tuinvazen oranjerietuin, zie idem; 36. zonnewijzer voor oranjerie, zie idem; 37. inrichting oranjerietuin met trappen en fonteinkom, zie idem; 38. tuinvazen oranjerietuin, zie idem; 39. tuinornament, zie idem; 40. tuinvaas oranjerietuin, zie idem; 41. tuinbank rotstuin, zie idem; 42. tuinbeelden rotstuin, zie idem; 43. tuinvazen rotstuin, zie idem; 44. bouwfragmenten en trapje rotstuin, zie idem; 45. zonnewijzer rotstuin, zie idem; 46. houten schuur rotstuin, zie idem; 47. stenen tuinbank rotstuin, zie idem; 48. inrichting hertenkamp (hek en schuur), zie idem; 49. ijskelder, zie idem; 50. eikelschuur, zie idem; 51. tuinkraan rozentuin, zie idem; 52. tuinvazen rozentuin, zie idem; 53. rentmeesterij (mon.nr. 507802), zie idem; 54. houten paardenschuur werkplaats (mon.nr. 507803), zie idem; 55. pomp werkplaats (mon.nr. 507804), zie idem; 56. boerderij 'Braamrot' (mon.nr. 507806), zie idem; 57. moestuinmuur, zie idem; 58. kas 'Iron House' moestuin (mon.nr. 507783), zie idem; 59. anjerkas moestuin (mon.nr. 507784), zie idem; 60. pits en bakken moestuin (mon.nr. 507782), zie idem; 61. schaapskooi 't schaap'n schot', zie idem; 62. jachtopzienershuis 'Casa Nova' met schuur (mon.nr. 507810), zie idem; 63. boerderij 'Bornse hoeve' met schuur, zie idem; 64. gedenksteen, zie idem; 65. huis 'Borner Braak' met schuur, zie idem; 66. boerderij 'Olieslager' met schuren, hooiberg en put, zie idem; 67. boerderij 'Voortman' met schuur en bakhuisje (mon.nr. 507796), zie idem; 68. Noordmolen met stuw, waterrad en keermuur, zie idem; 69. watertoren (mon.nr. 507505), zie idem; 70. boerderij 'Brincate', zie idem. 71. kademuur met duiker, zie idem; 72. bruggetje, zie idem; 73. boerderij 'Erve De Haar', zie idem; 74. boerderij 'Arke' met schuur, zie idem; 75. boerderij 'Delta' met schuren, zie idem; 76. gedenksteen, zie idem; 77. boerderij Bruggeman (mon.nr. 507502), zie idem; 78. huis 't Eysink, zie idem; 79. huis 'Bagatelle' (mon.nr. 507508), zie idem.

De historische buitenplaats Twickel is van algemeen cultuur-, architectuur-, en tuinhistorisch belang - vanwege het hoofdgebouw met zijn bijzondere Renaissance voorgevel; - vanwege de bij de buitenplaats behorende parkaanleg in landschapsstijl, die een representatief en gaaf voorbeeld is van het werk van de landschapsarchitecten J.D. Zocher jr. en C.E.A. Petzold; - vanwege het complex van de bouwkundige onderdelen en parkaanleg; - vanwege het feit dat Twickel een van de grootste en in cultuur-historisch opzicht de meest gevarieerde en het rijkste aangekleed is vergeleken met de overige buitenplaatsen in Nederland.

Eigenschappen

Functies
Functie Hoofdcategorie Subcategorie Functietype Is hoofdfunctie
Landhuis Kastelen, landhuizen en parken Kasteel, buitenplaats oorspronkelijke functie Ja
Adressen
Straat Getal Achtervoegsel Postcode Plaats Locatie Situatie Is hoofdadres
Twickelerlaan 1 A 7495 VG Ambt Delden Ja
Types
Hoofdcategorie Subcategorie Beschrijving Notitie
Kastelen, landhuizen en parken Kasteel, buitenplaats
Percelen
Kadastraal perceel Kadastrale sectie Kadastraal object Appartement Kadastrale gemeente
I 1856 Ambt-Delden
I 1858 Ambt-Delden
I 1857 Ambt-Delden
Naar boven